UIT DE KOERS VAN TOEN door Wiel Verheesen aflevering 15: “De Ronde van Vlaanderen”

Het zou een quizvraag kunnen zijn. Wie is de laatste Fransman die de Ronde van Vlaanderen won? U moet dan terug naar 1992, nu alweer achtentwintig jaar geleden. Toen kwam Jacky Durand (25) solo over de streep. Op de Bosberg, met de Muur van Geraardsbergen dus net achter de rug , had hij Thomas Wegmüller in de steek gelaten.

Met de Zwitser als metgezel bekroonde derdejaars prof Durand – die tot dan slechts kon bogen op winst in de Grote Prijs van het Noord-Franse Isbergues – een ontsnapping van … 220 kilometer. U leest het goed, 220 kilometer in de aanval op Vlaamse grond. Zo stond het ook in de notiebloks van ons, de verslaggevers.

Amper 40 kilometer na de start in Sint Niklaas waren Durand en Wegmüller in gezelschap van de Belgen Roelandt en Meyvisch weggereden bij hun 182 medestrijders. Die namen de vlucht voor kennisgeving aan. ’We pikken ze straks wel weer op,’ werd gedacht. Mooi niet.

Bijna zes uur later stonden de verzamelde cracks en hun helpers met het schaamrood op de kaken terug te blikken. ’We hadden ze nooit 23 minuten voorsprong moeten geven,’ werd verontschuldigend gemompeld. Drieëntwintig minuten? Inderdaad, deze kloof wist het leidend kwartet te slaan nog voordat de heuvelzone bereikt werd. Natuurlijk, het had heel anders met hun avontuur kunnen uitpakken als er eensgezind aan een serieuze achtervolging was gedacht.

Maar tja, díe jacht kwam nu eenmaal niet op gang, beter gezegd: veel te laat. Alleen Roelandt en Meyvisch werden nog opgerold, de twee anderen niet. Zodoende wees de ene ploeg vooral met de beschuldigende vinger naar de andere formatie. Hoe dan ook, bijna twee minuten achter Durand en Wegmüller bereikte de winnaar van een én drie jaar eerder, Edwig van Hooydonck, de eindstreep.

Maurizio Fondriest bevond zich aan zijn zijde. Weer enkele seconden later leidde Frans Maassen (vijfde, dus) een groepje met Jelle Nijdam, Marc Madiot, Jesper Skibby, Franco Ballerini en Dirk de Wolf over de streep. Museeuw, Konychev, Gölz, Jalabert, Van der Poel, Ekimov, Tchmile, om maar een aantal verslagenen te noemen, hadden nog iets meer tijd verspeeld.

Overigens, er zijn in de geschiedenis heroïscher veldslagen op de Vlaamse kasseien en bergjes geleverd dan destijds, in 1992. Maar dat het kunststukje van Durand en zijn makker(s) bijdroeg aan de mythe van de wedstrijd is aan geen twijfel onderhevig. Niet voor niets behoort de Ronde van Vlaanderen tot de monumenten van het cyclisme, net als Milaan-Sanremo, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije.

Daar zou je wat mij betreft – zonder chauvinisme – de Amstel Gold Race aan mogen toevoegen. Echter, dat laten we maar over aan de bonzen van de UCI, de internationale wielerunie, waar men momenteel door de corona-crisis trouwens andere zaken aan het hoofd heeft dan het toekennen van onderscheidingen.

Immers, juist vanwege de gezondheidscrisis is ook ’Vlaanderen’ dit jaar van de kalender afgevoerd. En dat gebeurde zelfs niet tijdens de oorlogsjaren, toen ene Achiel Buysse driemaal, respectievelijk in 1940, ’41 en ’43, zegevierde. Briek Schotte, die andere Vlaamse reus op de fiets, schreef de race in het tussenjaar op zijn naam. Hij herhaalde het succes nog eens in 1948, het jaar waarin hij in Valkenburg ook wereldkampioen werd, iets dat hij twee seizoenen nadien nóg eens klaarspeelde. Deze keer in Moorslede, bijna in zijn achtertuin.

Enfin, nu ik Buysse en Schotte weer naar voren heb gehaald zou ik moeiteloos een lange lijst kunnen maken van namen die eveneens aan de uitstraling van de Ronde van Vlaanderen bijdroegen. Wat te zeggen, bijvoorbeeld, van de Italiaan Magni die eind jaren veertig, begin vijftig, driemaal op een rij won? Of van Bobet, De Bruyne, Van Steenbergen, Van Looy, Simpson, Altig, Leman, Merckx (natuurlijk), De Vlaeminck, Godefroot, Vanderaerden, Museeuw, Van Petegem, Cancellara en Gilbert?

Of van ’onze’ Jan Raas die zo’n veertig jaar geleden twee keer glorieerde, iets dat acht landgenoten ieder éénmaal deden. Wim van Est opende deze reeks in 1953, toen de weersomstandigheden werkelijk bar en boos waren. Naast ’IJzeren Willem’ én ’Jan Allemachtig’ zorgden Jo de Roo, Evert Dolman, Cees Bal, Hennie Kuiper, Johan Lammerts en Adrie van der Poel (in ’86) voor de andere vaderlandse triomfators, voordat we het huidige tijdperk bereikten met Niki Terpstra. Hij sloeg twee jaar geleden keihard toe. De beelden zijn nog vers.

Allicht, dat Jacky Durand maar wát trots is dat hij sinds die aprilzondag in april 1992 ook een plaats heeft gekregen in het gouden boek. De overwinning was overigens niet alleen opvallend door de urenlange vlucht. Het team waartoe Durand behoorde, Castorama, was niet eens op volle sterkte naar België komen afzakken.

Net als kort tevoren in de Driedaagse De Panne voerde chef d’équipe Quilfen het commando over slechts zes, in plaats van acht man. Eerste ploegleider Cyriel Guimard had immers besloten weg te blijven uit Vlaanderen en op de dag van ’de Ronde’ met een ander (volledig) deel van zijn troepenmacht aan de GP van Rennes deel te nemen, een boven-regionale koers bij hem in de buurt. Die werd trouwens óók door iemand van Casteroma gewonnen, Jean-Cyril Robin. Kent U hem nog?

Durand nam na zijn zege in Vlaanderen o.a. tien keer deel aan de Tour. Hij won er twee ritten en droeg drie dagen de gele trui. Ook legde hij twee keer beslag op het Frans kampioenschap . Eind jaren negentig schreef hij voor de tweede maal een klassieker op zijn naam, Parijs-Tours in dit geval.

De reputatie op lange ontsnappingen bleef tot zijn laatste koers bestaan. En met Thomas Wegmüller, zijn metgezel in Vlaanderen, was het precies eender. Ook de Helveet stootte natuurlijk net als Durand vaak zijn neus, maar reed evenzeer op geregelde tijd naar een mooie triomf, onder meer in het meerdaagse werk, alsook in Rund um den Henninger Turm en de befaamde tijdrit Grand Prix des Nations. Jawel, dan ben je echt wat mans.

Wiel Verheesen

P.S. Wist U overigens dat behalve Jacky Durand slechts twee andere Fransen de Ronde van Vlaanderen hebben kunnen winnen? Louison Bobet in 1955, Jean Forestier in ’56.

 

Dit bericht delen:
Scroll naar boven